Onderzoek galerijen


Onderzoek galerijvloeren

Inleiding

Dit kan als aanduiding van een krantenkop zijn, officieel wordt echter gesproken over constructieve veiligheid van uitkragende vloeren.

Naar aanleiding van het incident en de uitkomsten van het technische onderzoek in Leeuwarden (Antillenflat) en vervolgonderzoeken is door het Ministerie van Binnenlands Zaken en diverse specialistische partijen, een CUR-publicatie opgesteld, namelijk CUR 248-2012 (Onderzoek naar en beoordeling van de constructieve veiligheid van uitkragende betonnen vloeren van galerijflats).

Inmiddels is het merendeel van de gebouweigenaren waar een mogelijke schade aanwezig kan zijn, door de overheid aangeschreven om aan te tonen dat de constructieve veiligheid is gewaarborgd.

leeuwarden2voorblad Cur publicatie
Antillenflat, mei 2011: bezweken galerijvloeren          Cur-publicatie 248-2012

In het protocol is een stappenplan opgenomen aan de hand waarvan stapsgewijs de constructieve kwaliteit van de vloer dient te worden bepaald.

Dit onderzoeksprotocol kan worden gebruikt door gebouweigenaren of –beheerders, zoals Vereniging van Eigenaren en woningcorporaties, bij het verlenen van een opdracht tot onderzoek aan een onderzoeksbureau. Het protocol geeft de mogelijkheid om opdrachten gefaseerd te verlenen en te laten uitvoeren. Daartoe is protocol een stappenplan opgenomen.

stappenplan-CUR-248
Stappenplan en stroomschema onderzoek

Twee hoofdoorzaken van een te lage constructieve kwaliteit of zelf afkeur van een vloer kunnen zijn:

– Onvoldoende wapening of een te lage ‘ligging’ hiervan in de constructie.

– (put)corrosie van de wapening door indringing chloriden (dooizouten).

doorsnede vloer aangepast

Wellicht dat de term Chlorideschade of betonrot bij u bekend in de oren klinkt hetgeen dan ook geen toeval is. Enkele decennia geleden werden we in Nederland ook opgeschrikt door een fenomeen dat in de media als ‘betonrot’ werd aangeduidt omdat dit waarschijnlijk een ‘lekkere negatieve lading in het gehoor gaf’.

buiten: strooizout
Een belangrijke oorzaak die genoemd wordt voor betonrot, is strooizout, dat in Nederland in de jaren zestig werd geïntroduceerd. Omdat beton zelf niet kan roesten, werden er geen problemen verwacht door de combinatie van strooizout en (gewapend) beton. Doordat de betondekking, de afstand tussen de wapening en het buitenoppervlak van de constructie, in de jaren zestig en zeventig relatief klein was (zo’n 15 millimeter), konden vocht en strooizout tot de wapening het beton binnendringen. Tegenwoordig wordt met een grotere betondekking gewerkt. Oudere bruggen waren met de introductie van strooizout al zodanig uitgehard, dat het strooizout niet in het beton kon doordringen, maar nieuwe bruggen vanaf de jaren zestig zouden later last krijgen van betonrot. Gewapend beton buiten kan ook worden aangetast door een vochtig zeeklimaat.

binnen: calciumchloride
Binnenin gebouwen komt beton in principe niet in contact met zout. Het zijn dan ook vooral balkons die last kunnen hebben van betonrot.
Toch zijn er zo’n 200.000 woningen en tientallen openbare gebouwen die last hebben van een ernstige vorm van betonrot in de 
vloeren. Met name ‘berucht’geworden onder de naam Kwaaitaal of Mantavloeren. Ook hiervan ligt de oorzaak in de jaren zestig en zeventig: Om de grote vraag naar woningen het hoofd te kunnen bieden, werden snelle bouwmethoden ontwikkeld. Een van de methoden was het toevoegen van water met calciumchloride aan het beton, dat hierdoor sneller hard werd en waardoor de productie verdubbeld kon worden. Pas later bleek calciumchloride een vervelend neveneffect te hebben: in reactie met water en zuurstof laat het de stalen wapening in het beton roesten, waardoor uiteindelijk de wapening bloot kan komen te liggen en in zijn geheel kan verdwijnen. Hoewel het gebruik van calciumchloride in 1974 werd verboden, werd het nog tot in de jaren tachtig toegepast. 

Onderzoek en uitvoering en maatregelen
Meijer & van Eerden heeft inmiddels als onafhankelijk adviesbureau voor diverse Verenigingen Van Eigenaren het complete onderzoek naar de constructieve veiligheid van galerijvloeren mogen begeleiden. Wij bieden mogelijkheden om, in samenwerking met hiervoor gecertificeerde bedrijven, het complete onderzoek voor u uit te voeren. Dit is volledig gebaseerd op het stappenplan als aangegeven in de CUR 248, vanaf het archiefonderzoek, inspectie ter plaatse, metingen, laboratoriumonderzoek, constructieve beoordelingen tot aan een eventueel plan van aanpak indien schadeherstel of constructieve aanpassingen nodig zijn.

Vanzelfsprekend staat Meijer & van Eerden bouwkundig adviesbureau u graag te woord indien er nog vragen zijn, dan wel als er een nader onderzoek wenselijk is.